Deel 11 - Zeedrollen en locale mensen
De Britse mevrouw en TomTom sturen ons naar de dichtstbijzijnde benzinepomp, die we vervolgens vrij makkelijk halen.
Als we richting het zuidwesten naar de kust rijden slingeren we een beetje door de bergen. Onze eerste indrukken van het Zuidereiland zijn dat het hier een stuk rustiger is dan het Noordereiland. Het is regenachtig en de weg ziet er best droevig uit.
We stoppen bij een wegrestaurant ergens waar je geen wegrestaurant zou verwachten. Een Chinees echtpaar runt een soort Britse pub met allemaal bierreclame en jachtfoto’s aan de muur. Op de TV staat een soort wereld zender aan waar ze iedere 10 minuten nieuws uit een ander land laten zien.

Op de kaart zien we dat we bij Westport zeehonden zouden moeten kunnen zien. Dat klopt inderdaad. Zeehonden blijken een soort ononderscheidbare drollen op rotsen te zijn. Het is nat en Westport is een stom stadje. Arjan heeft een foldertje ergens opgevist over een grotavontuur onder leiding van gidsen. Het avontuur vertrekt vanuit Charleston, dus we rijden die kant op. Charleston is vrij klein en heeft een motel dus we stoppen daar.
De mevrouw die ons bij het motel helpt vertelt dat er eigenlijk bijna niets is in het stadje en dat de enige kans op eten de pub naast de deur is. De pub is een soort grote versie van wat we in Nederland een cafetaria noemen. Een kleine afscheiding onderscheidt het bar- en eetgedeelte.
Als Martijn vraagt of we een tafel voor drie kunnen krijgen barst de uitbater in lachen uit en duwt Martijn een ‘Reserved’ bordje in zijn handen met de boodschap een mooie tafel uit te zoeken. We kiezen uit een aantal ‘home-cooked’ maaltijden en bestellen er een halve liter ‘West-Coast’ bier bij. De uitbater vertelt een verhaaltje over de geschiedenis van de pub en een beetje over het dorpje.

Na onze maaltijd schuiven we aan bij de bar en bestellen nog wat bier. Het is vrijdag dus de locale bevolking begint binnen te stromen. De mevrouw van het motel, die zich inmiddels opgemaakt en omgekleed heeft, vertelt nog wat meer over de geschiedenis van het dorpje. Charleston blijkt een oud goldrush stadje te zijn. In de hoogtijdagen woonden er 16 miljard mensen (5000) en nu nog maar 14.5 (200). De goudmijnen schijnen onveranderd te zijn en open voor bezoekers. Dat gaat op de agenda voor de dag erna.
Onder het genot van een biertje zien we Arjan een potje pool verliezen tegen een locale jongen. Het is niet zo erg, want hij heeft een Nederlandse moeder dus Nederland wint alweer! Licht onder invloed gaan we terug naar onze kamer en vallen in slaap.
Deel 10 - Drijven
Vandaag gaan we van het Noordereiland naar het Zuidereiland drijven. In een boot, en de auto gaat ook mee. Aangezien ze in Wellington een parkeerbeleid hebben moeten we de auto van zijn tijdelijke goedkope parkeerplaats terughalen naar het hostel en daar weer opnieuw betalen. Aangezien om 7:30 mijn pillenwekker afging en ik daarna te sacherijnig was om nog verder te slapen is die eer aan mij.
Als we alles weer de auto in geladen hebben spreken we af met Gur in een koffietent die “Mignight Espresso” heet. Het is een soort Vrankrijk koffieplek met best goede koffie. We zien daar en passant nog een stuk van de stad die we nog niet gezien hadden. Een stuk leuker dan het centrum eigenlijk.
Mensen in “grote steden” in Nieuw Zeeland kunnen echt geen auto rijden, zelfs de Politie niet.
Op aanraden van Gur rijden we een rondje langs de baai en terug door de stad naar de veerboot. We zijn hier natuurlijk weer een uur te vroeg. We checken in en krijgen rare plastic plakjes. Een soort van incheckbewijspeddels. Om het uur te doden lopen we naar het treinstation, op zoek naar koffie en vermaak. De dag ervoor hebben we geleerd dat treinen eigenlijk nauwelijks gebruikt worden in Nieuw Zeeland, iets met privatisering en winst. Voor een toeristische attractie rijden er nog best veel treinen, dus dat zal ook allemaal wel meevallen.
Na een paar pagina’s New Scientist kunnen we de veerboot op. Het interieur lijkt op een goedkope pokertent met een glazen bioscoop in het midden. Op het bovendek kan je naar gekooide schapen en de zee kijken. Martijn en Arjan praten een tijdje met een meisje uit de Verenigde Staten. Na de rest van de New Scientist of ongeveer vier aard-uren kunnen we vanaf het bovendek de heuvels van het Zuidereiland zien. Door een soort van baai varen we Picton binnen.

In Picton is volgens ons niets dus we slingeren de bergen in en rijden verder over Staatshoofdweg Nummer 1 naar het zuidenQueen Charlotte Drive naar het westen. Na een tijdje komen we bij nog meer niets: Havelock, een stadje met ongeveer 20 inwoners. En dan wordt het spannend. In overdrachtelijke zin dan.
De benzinepomp in Havelock is gesloten en we kunnen best benzine gebruiken. Na kort beraad besluiten we dat het al te laat is om nog verder te gaan dus we rijden 100 meter terug naar het Havelock Garden Motel. Het benzineprobleem zal tot morgen moeten wachten.
Door een smalle oprit rijden we een soort nagemaakt stukje Brits platteland binnen. Een Britse mevrouw staat ons te woord en we krijgen een sleutel voor een erg pittoresk motelletje. Er staan een stuk of vijf gebouwen verspreid langs een grote tuin met bomen en gras. Naast de receptie is een klein vijvertje waar een eend naast staat te schreeuwen. Volgens de folder zouden er twee eenden moeten zijn, maar ik durf niet te vragen wat er met de andere gebeurd is.

De Britse mevrouw vertelt dat de na het kelderen van de benzineprijzen in Nieuw Zeeland (echt alles is omgekeerd) veel benzinepompen failliet zijn gegaan. De eigenaar van deze specifieke pomp had ook nog ‘nasty’ dingen gedaan. De details werden ons helaas onthouden maar de pomp en nog enkele andere gebouwen werden verkocht door de overheid.
We eten in het restaurant vlak naast het motel. Het meisje probeert ons mosselen aan te smeren, want dat blijkt de locale delicatesse te zijn. We geven niet toe.
Na het eten lopen we een kort rondje door het dorp maar er is echt helemaal niets te doen. Terug in ons tijdelijke huisje kijken we een stomme film. Eentje die niet leuk is maar wel met geluid.
Deel 9 - Wellington
Het hostel heeft een hele fijn wasruimte en omdat we inmiddels al best veel vies wasgoed verzameld hebben nemen we de lift naar de bovenste verdieping en stoppen onze rommel in de wasmachine. Tijdens het wassen gaan we snel koffie en ontbijt halen.
Als onze was significant, doch niet compleet schoon, gewassen is wandelen we naar het Te Papa museum in Wellington. Het blijkt zo ongeveer aan de andere kant van een grote parkeerplaats te zijn, dus dat is in ieder geval makkelijk.
Het museum gaat over het culturele en geografische erfgoed van Nieuw Zeeland. Van Gondwana tot nu in zes uur zegmaar. Het is eigenlijk best een zielig verhaal zoals wel vaker met geschiedenis. Over het verval van betere tijden, het uitsterven van diersoorten en natuurlijk de onderdrukking van de Maori. Er zijn gelukkig ook mooie dingen: Gravuren van Albrecht Dürer, Espresso di Manfredi en meisjes die koffie voor je inschenken.

’s Avonds spreken we af met Gert-Jan en Willemijn. Gert-Jan is een gemigreerde ex-collega van Martijn en Willemijn is zijn levenspartner. Van Gert-Jan dus, niet van Martijn. Met ons vijven gaan we eten in Yakitori, waar je allemaal yakitori en sushi kan eten. Het is behoorlijke pokkeweer en Gur (zoals we Gert-Jan achter zijn rug zijn gaan noemen) legt uit dat er een ingewikkelde samenwerking is tussen heuvelruggen, hoge en lage wind, shamans en wolken. Ok, misschien geen shamans. Het gevolg is dat het in één deel van de stad kan regenen en in een ander deel de hele dag droog kan zijn.

Men zet de avond voort in een kroeg die Mighty Mighty heet. Volgens Hippie waren er nauwelijks toeristen, maar dat was niet waar.
Deel 8 - Weer op de weg
Iedereen heeft ons vertelt dat het Zuidereiland veel mooier is dan het Noordereiland dus we krijg de kriebels om verder te gaan. We rijden met een omweg langs een skigebied naar het zuiden over hoogweg 1 richting Palmerston North. Er is veel te zien, maar er gebeurd onderweg niet zo veel.

Als we in Palmerston aankomen blijkt het een behoorlijke pauperstad te zijn. De Lonely Planet noemt het een studentenstad, andere mensen refereren er aan als ‘de achterbuurt van Nieuw Zeeland’. Na een kort rondje door de stad besluiten we toch door te rijden naar Wellington.
Bij een bordje dat een rustplaats en museum aangeeft stoppen we voor koffie. Er blijkt behalve een koffietent inderdaad ook een museum te zijn. De koffiemevrouw lijkt rechtstreeks uit de Margriet te komen. Het woord Brocante.
Het museum is een soort kringloopcentrum, het is helemaal volgestopt met spullen uit de jaren ‘50. Verder hebben ze een model van een slagschip met swastika’s erop. Er staat een bord met een uitleg over de enige echte Nieuw Zeelandse auto die ooit gemaakt is.
Tegen de avond komen we aan in Wellington. Druk verkeer en betalen voor parkeren, het lijkt wel een echte stad. We besluiten te gaan informeren bij de locale Youth Hostel Association voor een slaapplaats. Het meisje achter de balie legt uit dat het gebouw ook echt een hostel is, wie had dat ooit kunnen denken? We hosselen een kamer en een overtocht met de pont naar Picton voor de dag na de volgende.
Het hostel is inderdaad echt een hostel. De kamer is zo klein dat we om en om ons koffer open moeten doen. We eten in een net iets te luxe uitziend restaurantje, het eten en de wijn is perfect in orde. De ober lijkt een beetje van streek, misschien omdat we er een beetje wild uitzien van het reizen?
Deel 7 - Mount Doom
’s Ochtends gaan we snel weg uit Rotorua omdat het stinkt. Onderweg komen we langs de Lady Knox Geiser en omdat we toevallig op tijd zijn voor de voorstelling besluiten we er te gaan kijken. In een soort theateropstelling hebben zich een grote groep toeristen verzameld. Met behulp van een zak vol zeepjes wordt om precies 10:15 de geiser tot spuiten gebracht. Daarna gaan we weer weg.
De volgende stop is Huka Falls. We kopen vieze koffie in blikjes van oude vrijwilligers. De rivier wordt gebruikt voor het opwekken van stroom, hetgeen goed is voor 15 procent van de totale elektriciteit in het zuidelijk halfrond. Of in ieder geval van Nieuw Zeeland. Pinguins zetten niet zo vaak koffie.
Via Taupo rijden we naar een dorp bij Mount Ruapehu. Onze road atlas vertelt ons dat Mount Ruapehu gebruikt is als Mount Doom in The Lord of the Rings. Wat je tegenwoordig wel niet allemaal voor nuttige informatie uit een wegenkaart kan opdoen. We stoppen bij het ‘Chateau’ op de berg, wat een erg duur hotel blijkt te zijn. Als we zien dat er een dresscode is voor het restaurant besluiten we verder te kijken in het dorp. Daar kunnen we voor een prikje een chalet te kunnen huren. De keuze is snel gemaakt.

Martijn trekt zijn wandelschoenen weer aan en we beginnen een wandelroute van twee uur door het gebied om de chalet heen. Ondanks dat we steeds op Martijn moeten wachten en een omweg van 25 minuten maken, komen we toch na twee uur weer terug bij het chaletje. De mooiste wandeltocht die we tot dan toe gemaakt hebben.


’s Avonds eten we in een restaurant naast ons chalet, het eten is best vies en we zijn er niet blij mee. Het chalet blijkt veel huisstofmijt te hebben dus ik ga slapen met rode oogjes.
Deel 6 - Aan vervanging toe
Vroeg in ochtend rijden we weg uit Mount Manganui omdat we een druk programma hebben. Nadat we net Tauranga uitgereden zijn gaat het ‘er is iets mis met de motor, de versnellingsbak of de uitstoot’ lampje aan. De auto lijkt ook minder vermogen te hebben. We stoppen langs de weg bij een tuincentrum en bellen het verhuurbedrijf. Het verhuurbedrijf besluit de AA te sturen, dus daar gaan we in het cafe op wachten.
De AA meneer weet al snel te vertellen dat hij niets kan beginnen omdat hij een speciale computer nodig heeft om de diagnostische berichten van het motormanagement uit te lezen. Daar hebben we dus niets aan. We bellen het verhuurbedrijf weer en spreken af dat we een nieuwe auto krijgen.
Inmiddels rijdt de auto wel weer normaal dus we besluiten te gaan kijken bij de Vintage Auto Barn. Als we daar aankomen blijkt het niet meer te bestaan. In plaats daarvan staat er een grote kiwi en een soort toeristencentrum. We hebben vier uur niets te doen, dus we besluiten daar rond te gaan hangen. De enorm toeristisiteit van het geheel is overweldigend. Daarom sturen we snel ansichtkaarten naar huis.

Op de afgesproken plek moeten we uiteindelijk nog een uur wachten voordat ze met een grote oplegger een nieuwe auto komen brengen. Het is maar goed dat ze een oplegger hebben, want de accu is leeg van CD’s luisteren. Inmiddels is het al half vijf en is het te laat om ons dagprogramma af te werken.
Van Te Puke rijden we naar Devil’s Gate, een ‘thermale omgeving’ met zwavelbronnen. Op de snelweg vragen we ons af waarom het zo naar koeien ruikt, maar dat blijkt de zwavel te zijn. We lopen een uur door het park totdat we misselijk zijn. De Nederlandse vertaling van de rondleiding is hilarisch.

Daarna rijden we verder naar Rotorua, waar we besluiten in een fusion restaurant te eten. Ze zijn er niet helemaal uit of ze Japans of Koreaans zijn, maar het eten lijkt allemaal Koreaans. Rotorua stinkt, maar we hebben helaas geen tijd meer om verder te rijden.
Aan een lange weg met allemaal foute motels zoeken we de foutste: Rose Court Motel. Buiten stinkt het naar zwavel, binnen naar rozentalkpoeder. De meneer van het motel oreert bijna twintig minuten over wat er allemaal in de buurt te doen is, maar daar hebben we eigenlijk helemaal geen tijd voor aangezien we de dag er na weer verder rijden.
Deel 5 - Cardio
’s Ochtends besluiten we Mount Maunganui op te gaan lopen. Hij is 232 meter hoog en daarom niet de titel berg waard. Martijn trekt vol goede moed zijn nieuwe wandelschoenen aan. We lopen de boulevard af en komen aan de voet van de heuvel. Het is zaterdag, dus we zien overal mensen hardlopen en wandelen. Op de heuvel grazen schapen die nauwelijks opkijken als we langslopen. Na ongeveer vijf minuten lopen begint Martijn te zuchten en te steunen, het lijkt er op dat we onze geplande tijd van vijftien minuten tot de top niet gaan halen. Links en rechts worden we door oude mensen, kinderen, rolstoelen en schildpadden ingehaald.

Aan de westzijde van de heuvel kunnen we over de hele baai uitkijken, erg mooi. Op de heuvel begint een klein bos. Pas op de top houdt het bos weer op. Martijn is totaal uitgeput, dus we pauzeren even. Daarna lopen we naar beneden en langs het strand richting het dorp.
Ik besluit een surfbroek te kopen voor als we nog een keer besluiten te gaan zwemmen. Het is fantastisch weer en ik heb het idee dat het de hele vakantie zo zal blijven.
De locale jeugd heeft belachelijk luidruchtige auto’s met spoilers. Het merendeel daarvan lijkt te koop te zijn. Recessie? Ze rijden rondjes door het dorp, er is blijkbaar weinig te doen. Arjan leert later dat de jongeren hun nummer op de auto zetten in de hoop dat ze door een meisje gebeld worden.
’s Middags besluiten we een uitje te maken omdat we het dorp, het strand en de heuvel nu wel gezien hebben. We rijden naar McLaren Falls. Daar kijken we naar rivier waar allemaal water op rotsen neerstort. Als we daarmee klaar zijn maken we een korte wandeling door het bos.

We eten buiten bij een klein Italiaans restaurantje, het valt een beetje tegen ten opzichte van de avondmaaltijd van de dag ervoor.
Deel 4 - Langs de kust
’s Ochtends rijden we in Wangamata naar een kleine supermarkt in het dorp. Daar ontmoeten we een export-Nederlander. Hij heet John, wat waarschijnlijk een verbastering van Jan is. In de jaren ’50 is hij verhuisd naar Nieuw Zeeland om hier een juwelier te worden.
Nadat we eten voor onderweg hebben ingeslagen gaan we terug naar het huis van de familie Smith. We hebben tijd te doden tot een uur of drie, dus we besluiten in het dorp en op het strand rond te gaan lopen. Het strand is een paar minuten van het huisje en ligt aan de Stille Oceaan.
Als we terug komen bij het huisje blijkt de familie Smith aangekomen te zijn. We nemen afscheid en op aanraden van John rijden we richting langs Waihi om naar de goudmijn te kijken. John en Jill komen allebei uit Waihi, en toen ze kleine kinderen waren was de goudmijn nog een heuvel van een paar honderd meter hoog. Als we er aankomen blijkt het inmiddels een gat van 800 honderd meter in de grond te zijn.

Via Bethlehem en Judea komen we uiteindelijk in Tauranga. We kopen voor de zekerheid een TomTom bij de locale Dick Smith, hetgeen gepaard gaat met veel hilariteit aangezien de verkoopster hem los moet maken van het display. Tauranga blijkt niet zo heel interessant te zijn. Met behulp van de navigatie rijden we naar Mount Maunganui, wat eigenlijk een heuvel op een klein schiereiland blijkt te zijn. En dus geen berg.
In Mount Maunganui stoppen we bij een willekeurig motel en huren een familie appartement. Het is een erg ruim appartement voor een schappelijke prijs. Het beste eraan is eigenlijk dat het ongeveer 50 meter van de zee is.
’s Avonds lopen we het dorp in en besluiten bij een klein visrestaurant, 2 Small Fish, te gaan eten. Het is de beste vis die ik in tijden gegeten heb.
We zijn inmiddels alweer thuis, maar ik zal verder gaan met het hele verhaal in delen te posten.
Deel 3 - Op de weg
Na meer dan 12 uur geslapen te hebben zijn we nog steeds een beetje moe maar wel een beetje meer aangepast aan de locale tijd. We ontbijten bij een klein koffiehuis / bakkerijtje in de buurt van de haven. Daarna halen we onze koffers op en gaan met een taxi richting de autoverhuur.
De vrouw bij de autoverhuur is gek. Ze snapt niets van het Nederlandse rijbewijs en weigert naar het internationale rijbewijs te kijken. Ze geeft ons een gratis wegenkaart mee en tekent wat imaginaire deukjes en steenslag op het beschadigingsformulier zodat we daar in ieder geval geen problemen mee krijgen. Martijn noemt het service, ik vind haar nog steeds gewoon gek.
Ouders van een collega van Martijn hebben ons aangeboden om een of meer dagen in hun vakantiehuisje te blijven slapen in Wangamata. We rijden naar Mission Bay, een wijk in het noorden van Auckland. Daar worden we vrolijk begroet door John en Jill Smith. John legt uit hoe we bij het huisje moeten komen en we krijgen lunch aangeboden. John en zijn vriend Quinten (die op bezoek is uit Canada) zitten behoorlijk de praatstoel, zoals sommigen zouden zeggen.
Na de lunch rijden we naar Wangamata. Onderweg stoppen we in Miranda Hot Springs om een tijd in het zwembad met natuurlijk (zout) geiserwater te liggen.

Een bochtig circuit door de heuvels en bergen brengt ons naar Wangamata. Je mag op deze weggetjes 100 rijden, maar het is al snel duidelijk dat je dat in de praktijk niet haalt. Als ik na een tijdje rijden de smaak te pakken krijg van het rijden in een rechtshandige auto wordt het bochtenwerk steeds leuker. Martijn en Arjan vinden van niet.
Na in totaal twee en een half uur rijden komen we bij het huisje aan. Aangezien er buiten seizoen in het dorpje maar ongeveer 4000 mensen wonen blijken alle restaurantjes al gesloten te zijn, dus we eten in een hamburgertentje.
Deel 2 - Over het aankomen
Ongeveer 30 uur na ons vertrek uit Amsterdam zijn we dan eindelijk in Auckland. We zoeken een taxi en rijden naar ons eerste hotel. Op straat zien we kinderen in schooluniform en de ochtendspits. Het is fantastisch weer.
Ons hotel blijkt een soort vreemde mix tussen een hostel en een hotel. We stallen onze tassen en lopen de stad in. Ons hotel lijkt in een soort Asiatown te liggen en er zijn overal sushi bars en Koreaanse eethuisjes.
We lopen een stukje door en vinden een Starbucks. Daar kopen we een sloot koffie en zoetigheid. De lentezon is inmiddels al vrij fel. Martijn beweert dat hij zijn hoofd kan voelen verbranden.
Na wat omzwervingen komen we in een stadspark terecht bij een universiteit. In het park worden we een aantal keer aangezien voor locale mensen, waar Hippie erg tevreden mee is.

We eten bij een Belgisch biercafe. Daarna gaan we vroeg slapen, want we zijn moe.
“Heb je de WC gezien? Hij is zo groot als een kribbe. Je kan Jezus er in leggen en over hem heen pissen.” – Arjan
Deel 1 - Over het reizen
Op een achterlijk warme Oktoberdag, de dertiende om precies te zijn begint dit verhaal. Het is een verhaal met een staartje, en ook zonder staarten. Als je begrijpt wat ik bedoel.

Rombout, de vader van Martijn, rijdt ons richting Arjan. Daarna rijden we verder naar Schiphol. Zonder al te veel moeite checken we onze baggage in en lopen naar de vertrekhal. Ondanks de huiden (Martijn’s wandelschoenen) en de diverse hormonen die we mee slepen komen we zonder problemen langs de douane.
In het vliegtuig constateren we dat er bij de KLM niet veel veranderd is. De stewardessen zijn sinds de jaren ’70 hetzelfde gebleven, letterlijk, het bestek is nog steeds van metaal en mensen weten nog steeds niet wat vegetarisch eten is. Tijdens de vlucht blijven we wakker omdat het nog geen nacht is. Buiten wordt het heel snel nacht en weer dag. Nadat Hippie succesvol de namen van de secretaresses verpleegsters serveersters stewardessen genoteerd heeft landen we in Shanghai, de Volksrepubliek van China.
“De Chinese faalt met de interne telefoon, maar ze heeft wel op mijn teen gestaan. Ik denk dat ze me leuk vindt.” – Arjan
Op Shanghai moeten we overstappen naar Auckland, Nieuw Zeeland. Jammergenoeg moeten we daar voor drie minuten in een bus zitten naar een andere terminal (blijkt later). Kaartje invullen, douane, problemen met e-ticket nummers vinden, een doolhof aan trappen en deuren verder zijn we in een hal. Hier blijkt dat we onze baggage zelf moeten doorchecken in plaats van dat ze automatisch naar het volgende vliegtuig gaan. Gelukkig kwamen we daar achter, anders hadden we nu geen koffers gehad. Twee-en-een-half uur, nog meer trappen en een bus later komen we dan eindelijk in de vertrekhal.
Air New Zealand blijkt veel gezelligere stewardessen te hebben, persoonlijke video in de 777 en grappig eten. Martijn en Arjan proberen Indiana Jones synchroon te kijken door steeds tegelijk de film te starten en te pauzeren. We proberen allemaal een beetje te slapen en rond zes uur in de ochtend locale tijd zetten we de daling in.
Nog meer sessies
De tweede sessiedag is duidelijk minder van kwaliteit dus besluit Eloy om met NSBrowser en Ruby Cocoa een Ruby class browser te maken. Ondertussen blijkt de presentatie van Mike McKay, een case-study over het ontwikkelen van een patientvolgsysteem voor HIV patienten in Afrika, overwacht boeiend en weet de dag nog een beetje te redden.
!cocoa (Hacken aan de classbrowser)!
’s Avonds hebben we een afscheidsdiner met een deel van het Rails core team en mede caboosers. Helaas is het restaurant net iets te klein om allemaal aan één tafel te kunnen zitten.
!cocktails (Cocktails wedstrijd)!
Daarna weer naar de Ambulance Bar voor cocktails tot in de late uurtjes.
Eerste sessies
Op dinsdag beginnen dan eindelijk de eerste sessies, afgekicked door DHH die in zijn keynote de evolutie van 1.2 naar 2.0 uitlegt. Hij lult wel lekker, wij zijn niet onder de indruk. Anthony Eden vertelt over Active Warehouse, Geoffrey Grossenbach heeft z’n pak aan en praat over CSS en SASSL. Roy Fielding valt erg tegen omdat hij, zoals veel wetenschappers, geen boeiende presentatiestijl heeft.
!dhh (DHH)!
Na de sessies zijn er gratis biertjes in de congreshotelbar betaald door Thoughtworks. Dylan doet zijn best om ze failliet te krijgen door een hele tafel met bierglazen te te halen à €4.50 per glas. Als we besluiten uit eten te gaan worden we nog kort afgeleid door een goochelaar maar na wat omwegen krijgen we toch een snelle pizza naar binnen.
!rejectconf (Rejectconf crowd)!
Dan zijn we precies te laat om nog een plaatsje te vinden op RejectConf, het mini-congresje voor mensen die niet op het grote mensen congres mochten praten. We kunnen niets horen van de praatjes en tot overmaat van ramp wordt de tas van Eloy met zijn laptop en paspoort gestolen.
De tas wordt niet meer gevonden dus we besluiten maar een cocktail te gaan drinken en daarna te gaan slapen.
Maandag zuigt
Lekker uitgeslapen maakten Norbert en ik een rondje Berlijn. Het was een mooie dag, dus het was fijn om buiten te zijn.
!u_bahn (S-Bahn dus)!
Tegen de avond gingen we naar het congreshotel om onszelf aan te melden. Daar haakten we in met 9 anderen om wat te eten. Indiaas. Door fantastisch slechte Europese service konden we net één gang en een bakje salade naar binnen werken voordat we terug moesten voor de opening keynote van Dave Thomas.
In de keynote was Dave een beetje aan het zeuren over hoe iedereen mooie dingen moet maken en dat prototypes een goed idee zijn. Veel open deuren gecombineerd met voeten.
!ambulance_bar (Ambulance Bar)!
Na de keynote spraken we af met een groep mensen in een cocktailbar, maar niemand behalve wij kwamen daar uiteindelijk aan. Na een paar cocktails ging de bar dicht en moesten we ergens anders heil zoeken. Na een taxiritje bleken de meeste dingen al gesloten of mochten we er niet naar binnen.
Niet zo vreemd voor een maandag, maandagen zijn niet leuk.
Sausage Fest
!trein (Chillen in de trein)!
Na een korte nachtrust werd de reis naar het oosten ingezet. Bestemming Berlijn. Reizen met de trein is erg comfortabel, je kan makkelijk een beetje rondlopen en af en toe een paar minuten uit de trein. Aangekomen in Berlijn namen we een taxi naar ons appartement waar we Dylan al aantroffen.
!bratwurst (Braatworsten eten)!
Nadat we onze spullen in het appartement neergezet hadden en iedereen zich bij ons verzameld had, gingen we naar ‘Bratwurst on Rails’ een avond georganiseerd door de locale Ruby gebruikersgroep. Binnen was bier en buiten hadden ze barbecues met worsten.
!trappenhuis (James in het trappenhuis)!
Na een uurtje of vier met mensen gepraat te hebben verhuisden we naar een soort krakerspand met op de bovenste verdieping een café. Om 12 uur werden we dringend, doch zeer onvriendelijk uit het café gezet en besloten we nog even naar de Ambulance Bar te gaan voor een cocktail voordat we het nest in doken.
Beste laatste dag van de vakantie!
De dag begon met een anderhalf uur durende autorit van Choshi naar Narita Airport. Na wat geëmmer met de autoverhuur en aftanken werden we met een shuttle naar het vliegveld vervoerd. Vanaf daar inchecken, security en naar de gate. Bij de gate maakte we netjes onze laatste yen op aan een Yakuta, een hoofdknikkend poppetje voor in de auto en een flesje water.
!geld (Geld)!
Ik zal het maar weer eens zeggen, 11 uur in een vliegtuig zitten is niet leuk. Op de één of andere manier krijgen we het altijd voor elkaar om voor een schoppend blaag te zitten. Ouders, voed je kinderen op. Vliegtuigmaatschappijen, stop slaapmiddelen in het kinderdiner ofzo.
!lucht (Lucht)!
Op Heathrow mochten we nog een keer door de fantastische securitycheck. Gelukkig is alles op Heathrow zo slecht geregeld dat we daar fijn drie kwartier over deden. Een bijzonder slecht aangegeven en ongeïnformeerde shuttlereis bracht ons naar terminal 4 waar we na een tijdje wachten het vliegtuig naar Amsterdam pakten.
Omdat Maurits niet netjes zijn ongeluksbriefjes in een boom had gehangen was zijn koffer in de vliegtuig vervoermolen kwijt geraakt. Verder hadden we een voorspoedige en uiterst oncomfortabele reis.
Spoiler: de koffer wordt vandaag alweer bij hem thuis afgeleverd.
Releksdag
Om nog maar weer eens met een ontbijt mee te doen ging de wekker om 8:00. Na het ontbijt duurde het nog zeker twee uur voordat iedereen lang genoeg in een bad gelegen had om weer op pad te gaan. En dat mag ook, want de laatste twee dagen van de vakantie zijn de Choshi releksdagen.
In het teken van het releksen besloten we met de auto naar de kust te rijden met een professioneel geplaatste willekeurig punt op de kaart als einddoel. Na wat slingeren over weggetjes waar net geen twee autos elkaar konden passeren kwamen we bij een plezierhaventje met een recreatiestrandje. Het zomerseizoen was duidelijk voorbij want er waren alleen nog maar een paar vissers over en de rotzooi van de recreanten was ook duidelijk al een tijdje niet meer opgeruimd.
Na een wandeling over de pieren en golfbrekers hadden we de meest interessante dingen wel gezien en reden we naar de andere kant van het schiereiland om een nieuwe plek te vinden. De rest van het eiland leek echter alleen saaie rotskusten te zijn en we besloten een boek in het hotel te halen en terug te gaan naar de vuurtoren die we gisteren bezocht hadden on daar in de zon te gaan lezen. Zo bedacht zo gedaan en na een half uurtje zaten we op een rots aan het water te chillen.
!torren (Torren)!
Toen de zon onder begon te gaan en de zilte natte wind koud begon te worden reden we weer terug naar het hotel. Daar besloten we dat twee weken Japan precies genoeg is. Hoewel we ons enorm vermaakt hebben blijkt verwarring vor het eten en de leuk bedoelde Japanse onzin na een keer of 20 toch een stuk minder leuk dan in het begin.
!marnfred (Marnfred)!
Net als in het echt
Gisteren hebben we wat sprintjes getrokken in Richmond (slogan: “Better in every way”) en lanceertechnieken geoefend. Het blijkt dat je zo tot 54km/u komen kan op een vlakke weg zonder wind.
Film on-tip van de dag: zowel Ghost Rider als World Trade Center zijn heel erg slecht. Gemene deler: Nick Cage.
Sugoi desu-ne?
Na het wakkerwordritueel vervolgden we de reis naar Choshi, een klein kuststadje aan de oostkust van Japan in de provincie Chiba. Miyuki-chan informeerde ons dat het een uur of vier zou duren om ons doel te bereiken. Vanaf daar was het reije, reije en reije. Net na Tokyo was de benzine op en gingen we wat nieuwe halen. Tammo ging een stukje reije, en daarna ging ik nog een stukje reije.
Eenmaal in Choshi aangekomen was het hotel relatief snel gevonden. Een taalbarrière en 20 minuten later hadden we twee mooie kamers in het Sunshine Hotel. Het was inmiddels opgeklaard en daardoor zonnig genoeg voor een wandeling.
!lopen (Lopen lopen lopen)!
Vol goede moed besloten we naar de zee te wandelen. Na een tijdje lopen kwamen we een klein tempeltje op een heuvel tegen waar we de richting verifieerden. Fantastisch navigeerwerk van Team B bracht ons langs leuke woonwijken, velden en uiteindelijk een mooi strookje bos.
!uitzicht (Uitzicht)!
Na slechts twee uur door de brandende zon gewandelt te hebben was daar eindelijk de zee. Met een echte vuurtoren. We rustten een tijdje bij de zee en toen de zon onder begon te gaan liepen we naar het dichtstbijzijnde treinstationnetje om de boemel terug de stad in te nemen.
!vuurtoren (Vuurtoren)!
Terug in het centrum bleek het helemaal overspoeld te zijn met schoolmeisjes. Twee ervan keken ons aan tijdens het passeren verlegen aan en de éne fluisterde tegen de andere ‘sugoi’ 1, echte blanke mensen!
1 Tof, cool, puik.
Ninjaballen
Uitgaan in Utsunomiya is heel leuk, maar de ochtend erna is vrij matig. Helaas was er niet veel tijd om bij te komen want de plastic ninjastad Edomura in Nikko stond op het programma. Daar aangekomen bleek het meer een soort openluchtmuseum dan een pretpark. Naast het bekijken van replica’s van het leven in de Edo periode waren er theateroptredens en acrobatische acts met ninjas. In de souvenirwinkel kochten we een doosje met ninjasnoepjes om later aan YAMANOI-san te geven als ‘puresento’.
!edomura (Buitentheater in Edomura)!
Terug in het hotel deden we een kort middagdutje waarna we afscheid gingen nemen bij YAMANOI-san. Hier kregen we speldjes, ijsjes, gekke chipsstaven, postzegels en een blikje bier voor onderweg naar huis. Toen we beloofd hadden dat we zeker nog een keer terug zouden komen mochten we de bar verlaten en konden we weer terug naar het hotel.
!yamanoi (Afscheid bij Yamanoi)!
In het hotel troffen tot ons plezier anime 1 aan op de televisie.
1 Japanse tekenfilms
Laise the loof
!tempel (Tempel)!
Om het touristische Nikkō met het weekend te mijden, gingen we op zoek naar het beste wat onze logeerplek Utsonomiya te bieden had. Na te bevestigen dat de tempel, het park en de reconstructie van het kasteel inderdaad daar niet bij hoorden, bleek dit wederom het nachtleven te zijn. Een curry restaurant zorgde voor voldoende vitaminen en dat de kleine salades niet volledig vulden was een zegen toen we alleen wat sake wilden drinken in het meest etnische barretje van de stad. Daar probeerde de uitbater namelijk uit te vinden wat bejitarian(1) betekent door ons verschillende soorten maki(2) voor te schotelen. Vissen, garnalen, krabben, haringen en octopussen bleken niet ok te zijn, maar komkommer, mierikswortel en wasabi wel. De stamgasten vermaakten zich ook uitstekend om onze vreemde gewoontes en leerden ons een afscheidsdansje met veel geklap in ruil.
!brug (Brug)!
Onze eigen stamkroeg Yamanoi was gelukkig aan de overkant van de straat. Daar dronken we wat whiskies en cocktails en beloofden morgen terug te komen voor we naar onze stamclub birdland verhuisden. Dit keer was het niet soulnight maar gewoon hiphop en de vijf negers van de stad waren allemaal aanwezig met een grote entourage van yiggers(4). Blij dat we een keer niet de slechtste dansers waren, raisden we the roof(5) en maakten veel vluchtige vrienden.
!collage (Collage van de dag)!
Nikko niban des [1]
Nadat de automatische telefoonwekservice die ons uit ons bed getingeld had kwamen we eindelijk gedeeltelijk tot leven. Vandaag moest er een kilometer of 40 gereden worden maar eigenlijk had niemand er echt zin in. Na een korte stop bij de Eleven, de plaatselijke supermarkt annex avondwinkel voor ontbijt gingen we op zoek naar onze auto. De auto was snel gevonden en de reis naar Nikko werd ingezet.
!zoeken (Leuke dingen zoeken)!
In Nikko bleek het een gaijin 2 paradijs en moest je voor elk klein tempeltje geld neerleggen. Na het kopen van een ‘alle tempels dagkaart’ liepen we de tempeltjes af in een sneltreinrecord. De commercialisatie van het eens authentieke dorp lag ons allemaal zwaar op de maag en ondanks het herhaaldelijk proberen kon niemand onder de indruk raken van de architectuur of het kleurgebruik binnen het tempelcomplex. De natuur waarin de gebouwen waren opgeslokt was des te interessanter.
Na het kopen van souvenirs voor het thuisfront ging de reis hotelwaards en we waren vrij ruim voor het avondeten weer terug. Maurits en Mo vielen in slaap op voorbereiding voor een avond gevuld met Jazz met een grote J. De eerste Jazzclub bleek reserveringen nodig te vinden en de tweede was vol. De kaart die ons alle jazzplaatsen van de stad zou aanwijzen was daarmee zo ongever uitgeput en we liepen de eerste de beste kroeg binnen met een groot ‘happy hour’ bord, genaamd ‘Birdland’.
Dit bord bleek een hele zee aan niet-Japanners aan te trekken en na een tijdje waren niet meer de enigen. De bediening was erg aardig en de persoon die zich als eigenaar voor deed bood ons na enkele biertjes nog een mooi bakje groenten aan.
!drinken (Drinken)!
Na het bezoek van Birdland gingen we nog snel even langs onze vriend YAMANOI alwaar we een stel dronken en jeugdige jongens en een gezinnetje aantroffen. Het dronken stel legde ons uit dat we eens specifieke lekkernij moesten nuttigen in een restaurant dat op een vleesbal leek. Maurits was verkocht, Mo en ik weten het nog niet zo net niet.
!dronken (Dronken)!
De moeder in Yamanoi startte net na sluitingstijd een kort gesprek dat uitliep tot 04:00 waarin ze alle details wilde weten van het leven in Japan door baka gaijin 3. Toen we het idee kregen dat ze beter Engels sprak dan haar twee dochters die op magische wijze 27 waren geworden besloten we niet mee te gaan in het ingewikkelde plan waarbij wij haar dochters trouwden en een leuke avond zouden hebben. Morgen misschien weer meer.
!collage (Collage van de dag!)!
Vancouver is ook tof!
Maar ik ben te hard aan het fietsen om meer te vertellen en een fototoestel weegt natuurlijk veels te veel om mee te nemen heuvels op. Helaas.
Om het geheel toch een beetje luister bij te zetten, heb ik een mooie statistische samenvatting van gisteren.
Drivability and drinkability
Na herhaaldelijk proberen was het ons gelukt de mensen van het hotel te overtuigen om ons geen rauwe of gekookte zeeproducten om 7 uur ’s ochtends te brengen. Na het inpakken was het dus snel naar de locale “Family Mart” om deegproducten in te slaan en onze 215 kilometer lange reis naar Utsunomiya in te zetten.
Door onbegrip tussen ons en O-Myuki-san 2, de navigatiecomputer, kwamen we precies op de buitenring van Tokyo terecht en werd het duidelijk waarom O-Myuki-san besloten had dat de reis vier uur ging duren. Na de file dapper getrotseerd te hebben werd er getankt en van bestuurder gewisseld en ging de reis verder.
!parkeerplaats (De honderd En parkeerplaats)!
Binnen de ingeschatte tijd kwamen we dankzij de stuurkunsten van Team B aan in Utsunomiya en was het hotel snel gevonden. Helaas bleek deze niet over een parkeerplaats bezitten en waren we genoodzaakt één van de publieke betaalde parkeerplaatsen te gebruiken tegen het geldende tarief van 1000円 per dag (± €6).
!kirin (Kirin number one des!)!
Na een korte wandeling door de stad vonden we een ‘authentieke Duitse Hof Brauhaus’, aldaar nuttigden we gesmolten kaas met brood en een pint Japans bier. Na onze maaltijd gingen we richting de Yamanoi Bar waar de ichiban 1 cocktail maker van Utsunomiya zijn kunsten tentoonspreidde. De manager van de bar wilde graag weten wat we van Budweiser vonden en toen we aan het uitleggen wat we ervan vonden niet meer. Na het uitwisselen van kaartjes met YAMANOI Yuzo en het ontvangen van langwerpige Cheeto’s en knettersnoepjes gingen we weer hotelwaards.
!collage (Collage van de dag)!
Arelaxe ontbijt van de dag!
!collage1 (Collage nummer één)!
Na een heerlijk Japans visontbijt en het vertrek van Mammaloe-chan’s bezieling met haar, verzandde het verblijf in Hakone in een slackwedstrijd. Op de tatami matten liggen werd afgewisseld met in bad zitten en daarna zette de lamlendigheid pas goed in, op de voet gevolgd door verveling. Besloten werd het lig en leesfeest in ieder geval maar te verplaatsen naar het riviertje dat door Hakone loopt, om zo goedbedoelde bemoeienis van het hotel personeel te ontlopen. Een kleine opleving toen ondergetekende eindelijk houten sandalen vond, spoelde al snel weg in het geruis van het riviertje. Zou het dan toch kunnen dat onze helden het verdwijnen van Mammaloe niet te boven komen? Of zouden het oncomfortabele zitoppervlak en een roedel grappige Japanse oudjes uitkomst brengen?
!lezen (Lezen aan de rivier)!
Aangekomen in Odawara, ook wel bekend als parapluutje, boterkaas en eieren en douche met lampion 1 vonden wij al snel het kasteel, oftewel druk kruispunt 2. Het was een meer dan levensgrote betonnen replica van iets wat vroeger relax was. Binnen kon je voor een klein bedrag kijken naar oude rommel en genieten van een luchtvochtigheidsgraad die nog hoger was dan buiten. Maar buiten liet zich niet zomaar kisten door een stom kasteel en zette de sluizen vol open. Een regenbui die in Nederland binnen vijftien minuten je tot je onderbroek nat regent, maar dan tenminste de ironie weet op te brengen om twintig minuten te duren, kan in Odawa blijkbaar gerust vier uur je plannen beïnvloeden. In ons geval leidde het er toe dat we een uurtje de toevlucht zochten in een spelletjescomplex, waarna de freshness-burger ons voor het eerst een maaltijd voorschotelde die niet smaakte naar sojasaus en visbouillon.
!kasteel (Don Jon)!
!collage2 (Collage nummer twee)!
Myuki-chan ai shimas yo
Vlak nadat Team B met hun pre geprepareerde wekkers iedereen wakker hadden gekregen werd er snel ontbeten en een wandeling ingezet naar het Kawaguchiko meer. Daar bleek men een een klein huisje achter een grote plas modder en waterplanten verstopt te hebben. Zoals iedereen weet is het veel te vermoeiend om dat soort begroeiing te trotseren. Sommige mensen vonden het blijkbaar de moeite waard en gingen hun tijd verspillen bij het houten huisje.
!huisje (Het houten huisje)!
Nadat we klaar waren met naar huisjes kijken stapten we weer in de auto. We konden eindelijk Myuki-chan de navigatiecomputer uitleggen waar we heen wilden, dus het was een eitje om naar Hakone te rijden en in record tijd kwamen we daar aan. Hakone bleek een klein slaapstadje in de bergen te zijn en na wat zoeken kwamen we eindelijk aan bij het hotel. Hier kregen we een lange introductie van de ryokan miep (Ryuki-san) over yukatas, thee, waterkokers en zonder schoenen op de tatami matten lopen.
!tempel (De mooie tempel)!
We besloten de Tonomine op te klimmen en we gingen als een speer naar boven. Nadat we aangekomen waren bij het Boeddhistische tempeltje klommen we helemaal door tot het laatste rustpunt en weer terug voordat het donker werd.
Na een verfrissende douche in het hotel liepen we terug de stad in om een restaurant op te zoeken, helaas bleek bijna alles al om 20:00 dicht te zijn gegaan en moesten we weer terug naar het hotel om te vragen naar restaurants die nog open waren. Toen we er eenmaal één gevonden hadden moest de dochter van de uitbaters ons uitleggen dat alle vissen in het aquarium bij de deur betekenden dat we in een visrestaurant zaten. Na de telefoon een stuk of vier keer heen en weer gegeven te hebben bestelden tofu, vis en rijst en we hadden een heerlijke maaltijd. Blijkbaar aten we relatief veel want de mensen van het restaurant vroegen of we een volle buik hadden.
Voldaan gingen we weer terug naar het hotel en maakten ons met saké klaar voor ons ontbijt op bed de volgende ochtend.
!collage (Collage van de dag)!
We kinda like the people here
Maaike en de dagster maakten ons in de vroege middag wakker. Maaike had ontbijt gekocht, de dagster had alleen het locale stuk aarde opgewarmd tot 30 graden celsius. Na het ontbijt en een moeizame douchesessie begaven we ons naar het treinstation in Kawaguchiko om de trein naar Fujiyoshida te nemen. Daar was eerder op de dag het einde van het tweedaagse vuurfestival ingezet.
Het vuurfestival wordt ieder jaar gevierd om de godin van het vuur en de vruchtbaarheid tevreden te stellen zodat ze het aankomende jaar de vulkaan Fuji zal weerhouden van uitbarsten. Een onderdeel hiervan is het verplaatsen van een aantal offerbakjes van de locale tempel naar het centrum van de stad. Het heen en weer dragen van deze bakjes gebeurt niet bepaald efficient en met veel ceremonie. Waarbij ceremonie een vreemde mix tussen religie en (alcohol)gebruiken is.
!plastic_fuji (Plastic Fuji)!
Er waren twee grote en vier kleine bakjes. De grote werden gedragen door ongeveer 50 man die afwisselend met 30 personen een bak droegen. De kleine bakjes werden gedragen door de locale lagereschooljeugd. Voor zover we begrepen waren de kleinere bakjes een soort van oefening voor het grotere werk.
De grotere bakken werden haast willekeurige en met korte tussenstopjes door de afgezette straten van het stadje getild. Naarmate de dragers meer bier dronken ging het luidruchtiger, sneller en minder recht door de straat. Tot op het punt dat we ons erover verbaasden als het ding ooit nog zijn eindbestemming zou bereiken.
!drager (Wij met een bakjesdrager)!
Tijdens één van de tussenstops was een drager zou aardig om ons bier, langwerpige witte radijsjes en gekookte eieren aan te bieden, Maaike kreeg ook nog een mooie bandana met Fuji erop gedrukt. Al met al bleek de locale bevolking een stuk aardiger dan in Tokyo.
Toen het dragen van de bakken steeds chaotischer werd besloten we alvast vooruit te lopen naar de tempel waar oude vrouwtjes al aan het dansen waren en takken uitdeelden aan (jonge) vrouwen die graag een kind wilden krijgen. Maaike wilde er geen, misschien volgend jaar. Op een klein podium beelden een aantal dansers de strijd van de berggoden uit. Een groepje middelbare schooljongeren hingen in traditionele kleding rond alsof het een schooluitje was. De hele ceremonie was in het geheel gezien een stuk informeler dan je bij de meeste westerse geloven ziet.
Maurits en Maaike kochten souvenirs en na een paar uur wachten kwamen de dragers eindelijk aan bij de tempel. Hier werd nog kort een snel rondje om een aantal bomen gerend en met veel geschreeuw vuur, lampen en verwarring kwam er een einde aan het festival. Het was inmiddels donker en we trokken verder naar een pizza restaurantje om de hoek waar pizza met kaas, kaas en kaas gegeten werd. De locale Larelei van het restaurant was zeer aardig.
Onderweg naar huis schaften we een zak met onzinnige dingen aan in de Seven-Eleven. Bonenchips, brood met cake, ontploffende snoepjes, plastic Gundam robots, pluzige sleutelhangers en nog veel meer onzin was onderdeel van de buit en blaast daarmee het verhaaltje uit.
!collage (Collage)!
Team B houdt het weer voor gezien
Zoals de avond ervoor afgesproken was, werd het gezelschap opgedeeld in Team A, dat bestond uit Maaike en Maurits en team B: dwerg en die andere vage gast. Team A trotseerde ’s ochtends vroeg dapper de dagster, onwetend dat team B het voor elkaar had gekregen on twee wekkers verkeerd te zetten. Na een heerlijk ontbijt, trok Team A vol goede moed ten strijde om het verloren gegane japanse zinnen boekje te vervangen door een betere variant, eentje zonder onzin (kudaranai). Op weg naar Odakyu, het warenhuis waar eerder mooie kimonos waren gekocht, werd de japanse cultuur weer diepzinnig geanalyzeerd. Aangekomen in Shinjuku was het een koud kunstje voor de helden van Team A om de lokale boekenmiep te overtuigen haar beste boekje te overhandigen. Dit bracht zo weinig voldoening dat er ook nog een extra ornamenten en kimono missie werd ingelast. Stipt op tijd kwamen de dappere Team A leden aan op de afgesproken ontmoetingsplek, waar Team B ook klaar stond, zonder auto maar met smoesjes. Team B smeekte de helden van Team A om hen bij te staan bij hun triviale auto-afhaal missie, maar omdat Team B weken de tijd had gehad deze voor te bereiden, had Team A alle vertrouwen (verloren), dat team B dit simpele klusje ook wel zonder hen kon verknoedelen.
Na een eindeloze wachttijd kwam Team B terug met een auto, een onbegrijpelijk navigatie-systeem, een te kleine kofferbak en geen flauw idee waar ze heen moesten. Teleurgesteld in de tot dan toe ten toon gespreide navigatie prestaties van team B, werd besloten de krachten wederom te bundelen. Omdat team B het niet nodig had gevonden een uitleg over het Japanse navigatie systeem te vragen, moesten alle hens aan dek om een wild om zich heen sturende dwerg een beetje naar het westen te laten rijden. Ondanks alle tegenslagen was het toch nog gelukt om ’s avonds het vuurfestival te bezoeken en was de dag alsnog een succes. De praatjes en plaatjes spreken verder voor zich.
Oyasuminasai!
!collage (Collage FTW)!
Team B Houdt Het Voor Gezien!
Zoals de avond ervoor afgesproken was werd het gezelschap opgedeeld in Team A (Maaike en Maurits) en Team B (Mo en Manfred). Zoals verwacht was Team A heel vroeg opgestaan om een beetje te winkelen en het boekje met Japanse zinnetjes die ze de avond ervoor verloren waren opnieuw aan te schaffen. Team B had een goede nachtrust en was door slecht functionerende wekkereenheden op een goed tijdstip opgestaan. De zinderende middaghitte kon de helden van Team B niet weerhouden van het ophalen van de huurauto en alle ingewikkelde details van het huren door te spreken met de verhuurder terwijl Team A zat te luieren in de met airconditioning gekoelde lobby van het hotel.
!stokjes (Eten met stokjes)!
Door middelmatig navigatiewerk van Team A duurde het bijna een uur om Tokyo uit te rijden, gelukkig hebben we daardoor wel de mogelijkheid gehad om heel Tokyo in een vogelvlucht te bekijken. Na een rit van vier uur vond Team A de handleiding van de navigatiecomputer, maar Team B had toen de auto al succesvol naar het hotel geloodst door superieure stoplichttelkunsten en pikapuike stuurkunsten.
!vuur (Vuur)!
Door significante manoeuvre met de creditcard wist Team B het hotel te betalen en een kamer was verzekerd. Na het uitpakken van de auto haastten we ons naar het treinstation om daar de trein naar Fujiyoshida te nemen en het vuurfestival te bezoeken. Er was veel vuur. Op straat. Diverse vreemde hapjes werden genuttigd en belachelijk gemaakt en iedereen had plezier.
!banaan (Eten met banaan)!
Na een korte treinreis kwamen we weer terug in het hotel, alwaar een fantastische post geschreven werd en de juiste foto’s werden geselecteerd in een onkarakteristiek goed verlopende samenwerking tussen Team A en Team B.
ニョドエンします
Super Genki
Des ochtends bleken we nog wakker genoeg voor een ontbijt en in kimono gewikkeld hadden we vrij snel de ontbijtruimte gevonden. Aldaar bleek het vrij lastig om een broodje worst met stokjes te eten en de waterkoker met zes knopjes te activeren. Misschien kwam dat door de saké roes.
!ontbijt (Ontbijt met stokjes)!
Na een uur of vier geslapen te hebben wilden we niet te veel tijd besteden aan het ontnuchteren, dus we trokken naar Harajuku waar het Super Genki Omotesando Harajuku Yokosai festival plaatsvond. Maaike en Maurits omschreven het als “Super Genki Genki”. Het was ook leuk, zelfs Tammo was onder de indruk 1.
Yoyogi Park zorgde voor rustbankjes en ingepakte bomen, daarna kwamen we erachter dat het festival ook op andere plaatsen van het district aan de gang was. Tammo weet niet helemaal zeker of hij misschien niet nog meer onder de indruk was van de f estival parade dan van zijn ijsje. Maaike ontmoette een vrolijk blauw en klein vriendje.
Na een tijdje lopen kwamen we in de straten van Shibuya, bekend om haar relatief dure warenhuizen en eetcafétjes waar buitenlanders niet welkom zijn omdat alle tafels “gereserveerd” zijn. Daarom moesten we ons tevreden stellen met het oversteken van drukke kruispunten (the bustiest crossing of the world) en het terugreizen naar Ueno.
In Ueno vonden we naar een tijdje zoeken het beste saké restaurant van de wereld, waar we niet alleen binnen mochten, maar ook nog stokjes met kip en varken mochten eten. Rond middernacht ging de kroeg dicht en gingen we weer terug naar de hotel.
Onderweg stopten we voor een Seven11 waar een Engels sprekende man ons gelukkig uitlegde dat we de verkeerde kant op aan het lopen waren. In het hotel werd de dag besproken en plannen voor de dag erna gemaakt.
!collage (Collage van de dag)!
1 Hij was meer onder de indruk van zijn ijsje.
ここの人わ、あまり好きでわありません。[1]
Nadat we het ontbijt met enige tijd hadden gemist, begonnen we de dag met ons traditioneel thee ritueel (zoals we dag nog iedere ochtend hadden gedaan). Ondanks het zorgvuldig uitgedachte plan van Maurits bleek Maaike een aantal zeer belangrijke en goede veranderingen te hebben aangebracht.
De reis begon in Aikihabara, het district van Japan dat bekend staat om zijn vele electronica en otaku (geek) artikelen. Na enige winkeltjes bezocht te hebben haalden we ontbijt en een aantal lekkere fruitshakes op het metrostation. Daarna was het tijd voor souvenirballen uit de automaat (je merkt het wel als je ze krijgt (:).
In een nabijgelegen tempel kwamen we erachter was 32 graden in de zon in Tokyo betekent, daarom zochten we een parkje met schaduw waar de niet-souvenirballen onderzocht werden, waar een oude vrouw de straatkatten aan het voeren was en wij onze lunch nuttigden.
!fel_licht (De reishelden houden hun handen voor hun ogen tegen de flits)!
Daarna vervolgden we onze reis door Tokyo naar Shinjuku met een mooie omweg met de trein. Tammo protesteerde dat een trein geel moest zijn voordat het een trein genoemd mocht worden, Maurits beweerde dat de bestuurder hoger moest zitten dan de passagiers. Het was een soort sneltrein werd besloten.
Bij Odakyu, een van de grotere Bijenkorfen van Shinjuku werden eetstokjes en kimonos gekocht. In ‘Electric Street’, de Aikihabara van Shinjuku bleken de computerspelletjes een stuk goedkoper te zijn alsmede de nieuwe Final Fantasy XII voor de Nintendo DS en een Ikkitousen spel voor de Playstation werden aangeschaft.
!park_water (Rusten bij het water in het park)!
Om de hoek beklommen we met een lift één van de 200+ meter gebouwen, vanaf de 45ste verdieping zagen we een leuk park en gingen snel naar beneden om die te bezoeken. Daar troffen we een fontein aan met een gekke dakloze die een mooie krekel en libelle uit het water viste voor Maurits. Maurits had niet zo veel zin in insecten dus sloeg het aanbod vriendelijk af. We besloten verder het park te ontdekken en vonden een kleine vijver met schildpadden die niet zo graag op de foto wilden.
Toen gingen gingen we homo’s kijken in het gay district van Shinjuku, helaas waren we vooraf niet geïnformeerd dat deze personen daar waren. Na een tijdje het plastic eten bekeken te hebben besloten we een ‘Italiaans Restaurant’ binnen te gaan. Binnen probeerde een gezin met stokjes een pizza naar binnen te werken. Gelukkig konden zij net zo hard om ons lachen als wij om hen.
Terug in het hotel zocht Maaike op dat we in het homo kwartier hadden gegeten, wat direct de mannen die op Faan leken verklaarde. Het waren geen proppers dus… Er werd gedoucht en Maaike had al lang haar haren droog 4 voordat dwergboy zijn gezicht van haren had ontdaan.
Buiten bleek geen enkele taxi ons mee te willen nemen, om onduidelijke redenen 2. De metro reed niet meer dus uitgaan was van de baan. Na een korte stop bij de FamilyMart hadden we genoeg Saké en paraplu’s om een feestje te bouwen op onze hotelkamer. Rijstballen, cashewnoten en garnalenkoekjes maakten het geheel af. Het Japanse zinnenboek was een bron voor een hele reeks nieuwe verwensingen in het Japans waar ze eerder alleen baka 3 kenden.
Zo werd het toch nog vroeg ochtend en zal waarschijnlijk weer het ontbijt niet gehaald worden.
Update: We hebben het ontbijt wel gehaald omdat we pas daarna naar bed gingen.
膣炎しますよ
!collage (Collage van de tweede dag)!
Staaksijsjes en vleesballen
Hoewel we afgesproken hadden bij de Burger King begon onze reis naar Japan om tien uur ’s ochtends bij de schermen met vertrektijden. De sprong naar Heathrow was zo gemaakt waar we onze tijd doodden met het wachten op het korter worden van de rij naar de koffie.
!psp (Met de PSP’s in het vliegtuig)!
Tijdens de vlucht naar Narita werden de PSP’s tevoorschijn getoverd en werd er heftig gesproken, geboord, zielen gepurificeerd, gerekruteerd en geknokt. Helaas werd onze nacht- en dagrust constant gestoord door twee Britse kinderen die aan het oefenen waren voor de eredivisie. De ochtend bracht in samenwerking met de stewardessen een onherkenbaar Engels ontbijt. Door een incident met staaksijsjes (bird strikes) moesten we een extra rondje rond Narita maken. De kapitein verzekerde ons achteraf met licht trillende stem dat de doorstart een routine manoeuvre was die ze al vaak geoefend hadden.
Vanaf Narita Airport namen we de trein naar Tokyo, onderweg deelde Tammo mee dat dat hij nog niet onder de indruk was maar hij ging proberen onder de indruk te zijn en later melden waardoor hij onder de indruk was. Dit bleek later een bruggetje te zijn bij een tempeltje.
Na een tijdje rondlopen hadden we een taxi gevonden en deze bracht ons in een paar minuten naar ons hotel. In het hotel wachtte ons, naar een taalbarriëre, een geïmproviseerde theeceremonie. Na de thee werd er gebadderd, gedoucht en in kimono’s rondgelopen. Ook de sokjes met een teenuitsparing waren populair… bij Manfred in ieder geval.
!park (In het Park)!
Opgefrist trok de groep naar Uena park om zwervers te kijken, een biertje te drinken en snacks te eten. Er waren lelies, schildpadden en zwaanvormige waterfietsen.
Toen de honger inzette werd er door de kleurig verlichte straten van Ueno met behulp van plastic replica’s een maaltijd uitgezocht. Op het menu stond bier, salade, vleesballen en rijst.
!collage (Collage van de rest)!
